Minicursus 3: Contexten maken en toewijzen
Het is handig (en voor sommige mensen cruciaal) om een context toe te wijzen aan iedere actie. Een eenvoudige manier om u het concept "context" voor te stellen is te denken aan de plaats of de toestand waarin u zich moet bevinden om een bepaalde taak uit te voeren: u kunt alleen opbellen als u in de buurt bent van een telefoontoestel, u kunt alleen etenswaren kopen terwijl u boodschappen doet, en u kunt alleen dingen opzoeken via het web doen als u voor uw Mac zit. Dit zijn allemaal contexten, en als u er goed over nadenkt, is er bij het uitvoeren van vrijwel welke taak een context nodig.
Schakel over naar de contextmodus door te klikken op het @-teken in de moduswisselaar:
De blauwe zijbalk van de planningsmodus bevat uw projecten, terwijl de paarse zijbalk in de contextmodus uw contexten bevat.
OmniFocus beschikt al over een paar voor u gemaakte contexten. Voeg enkele nieuwe contexten toe door te klikken op de plus-knop onderaan de zijbalk, of dubbelklik op een bestaande naam om deze te wijzigen. Maak zoveel contexten als u nodig heeft om de verschillende plaatsen en toestanden voor uw activiteiten te beschrijven: Thuis, Kantoor, Mac, Boodschappen, Telefoon, enz. U kunt altijd nog contexten toevoegen wanneer u denkt dat u ze nodig heeft.
Ga terug naar de planningmodus door te klikken op het kleine projectsymbool op de moduswisselaar:
Open het pop-upmenu van iedere actie (waar "Geen context" staat) en kies een van de contexten die u net zag in de contextmodus, om deze toe te wijzen aan iedere actie.